Over pleinen, parken en namen

2013_IP_00365 – Interpellatie van raadslid Sofie Sas: Plein zoekt naam


Interpellatie


Indiener(s):


Sofie Sas


Gericht aan:


Stephanie Van Houtven


Tijdstip van indienen:


19 november 2013 21:35


Toelichting:


Het Terloplein heeft geen officiële naam en dus worden inwoners van Borgerhout opgeroepen nieuwe en frisse ideeën te spuien. Een leuk idee en ook eentje dat aanzette (sic) tot nadenken. Naast het Terloplein zijn er nog pleinen en parken in Borgerhout die geen officiële naam hebben.


Het Krugerpark bijvoorbeeld. Omgeven door straten die refereren naar de Zuid-Afrikaanse Boerenoorlog, is het (sic) misschien wel een idee om dit te vernoemen naar een strijd die veel recenter gevoerd werd in Zuid-Afrika: de anti-apartheidsstrijd.


Ook de viering van 50 jaar migratie kan ons op ideeën brengen om overige pleinen zonder naam te benoemen. Kan dit in overweging genomen worden?


Tot zover de interpellatie/vraag van het extreem communistisch raadslid.


Laten we de zaak even nuchter bekijken, want het raadslid is waarschijnlijk in een rode roes gevallen om zoveel onzin uit te bazelen. “Plein zoekt naam”?


Het Terloplein bestaat niet. Er is de Terlostraat en dat is alles, dus als het extreem rood communistisch raadslid over het Terloplein praat dan is zij waarschijnlijk slecht ingelicht of verkeert zij in een benevelende roes.


Als een groep mensen een stuk straat plein gaat noemen wil dat niet absoluut zeggen dat er ook werkelijk een plein is. De volksmond geeft namen aan dingen en mensen die niet noodzakelijk juist zijn. Daarvan bestaan vele voorbeelden die echter niet allemaal mogen geschreven worden zonder het gevaar misschien een veroordeling voor racisme of smaad te krijgen.


Een goed voorbeeld is o.a. de benaming die Borgerhout gekregen heeft in de volksmond: Borgerokko, die te wijten is aan de enorme invasie die de gemeente kent van onderdanen van een bepaald land. Officieel is de benaming nog steeds Borgerhout. Naar de Franklin Rooseveltplaats wordt ook soms nog verwezen als: de Geuzenhofkens, of een bepaalde wijk in Brussel die de naam van Matonge wijk heeft gekregen. Dit zijn benamingen die door de lokale bevolking gebruikt worden maar het zijn niet de officiële benamingen zoals die opgenomen zijn in het stratenplan. De vraag is of het raadslid een stuk straat in een plein wil doen veranderen, op papier dan, om misschien iemand, of een bepaalde bevolkingsgroep, te plezieren met een naam voor een stuk openbare weg. Het lijkt absurd maar van communisten kan men dat verwachten, communisme is niet gebaseerd op realiteit het is een in de praktijk niet toepasbare theorie.


Het rode raadslid blijft echter niet stilstaan bij één onbestaand plein, oh nee! De veranderingsdrang, of de roes (of allebei) heeft haar blijkbaar goed te pakken. Ze heeft het over “pleinen en parken” zonder naam, in het meervoud a.u.b., alsof het district bezaaid is met een hoop pleinen en parken zonder naam die allemaal op haar liggen te wachten om een naam te krijgen.


Men kan zich afvragen hoe de bewoners van die naamloze pleinen brieven kunnen ontvangen, hoe die mensen in het rijksregister en het bevolkingsregister kunnen ingeschreven staan, hoe die mensen een identiteitskaart kunnen krijgen als ze in een huis op een plein zonder naam wonen.


Zonder nadenken gaat het rode raadslid in haar absurditeit voort en heeft het verder ook nog over het Krugerpark. Wel dat park bestaat ook niet, toch niet in Borgerhout. Het Krugerpark ligt in Suid-Afrika. Wat wel bestaat in Borgerhout is het Krugerplein dat soms, in de volksmond, ook Krugerpark wordt genoemd, maar de officiële benaming is nog steeds Krugerplein.


De roes drijft het communistische raadslid onverbiddelijk voort want zij wil nog namen her en der en overal in het district gaan veranderen. Als men in een roes zit en men, wie weet, misschien onder invloed van een of ander middel blijkt te zijn, dan kan men de gekste ideeën krijgen maar die dan ook openbaar maken, dat doet vele vragen rijzen o.a. over de nodige bekwaamheid en dossierkennis van bepaalde raadsleden.


Tot slot nog even een woordje over de taalfouten in de tekst van de interpellatie: blijkbaar kent het rode raadslid de Nederlandse taal ook niet voldoende of heeft ze het stukje geschreven in een nog steeds benevelde toestand.


Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...