De krekel en de mier

Op donderdag 27 februari werd een gebouw, gelegen op de hoek van de Van Den Nestlei en de Plantijn en Moretuslei, op de grens met Borgerhout, door de politie gecontroleerd. Het gebouw, dat in het verleden dienst deed als rusthuis werd enige tijd geleden volledig gerenoveerd, onderverdeeld in appartementen, en verhuurd. Tijdens de controle werden door de politie aanhoudingen verricht en qua woonkwaliteit werden enkele “wooneenheden” van het gebouw ongeschikt verklaard. Dat kan gebeuren, vooral wanneer je niet kieskeurig mag zijn aan wie je je eigendom verhuurt.


Iedereen kent de fabel van de krekel en de mier van de La Fontaine. Er bestaat al een moderne versie van, of meerdere zelfs. Hieronder volgt nog een versie die op maat is van hoe het er in dit land soms aan toegaat. Het is een aanfluiting van de logica en van de moraal. Het is tevens onbegrijpelijk dat zulke toestanden bestaan en getolereerd worden.


De mier werkte heel hard gedurende de lange hete zomer om zijn huis te bouwen, het in te richten en een voedselvoorraad aan te leggen. Hij werkte van zonsopgang tot zonsondergang en stopte alleen om te rusten. Tegen het einde van de zomer zat de mier er warmpjes in en had voldoende voedsel opgeslagen om de winter door te komen.


De krekel vond dat de mier gek was en hij lachte, danste en speelde heel de zomer door.


De winter kwam en de bibberende krekel, gekleed in een dun katoenen hemdje en al zijn verkleumde pootjes in open sandaaltjes, ging naar het OCMWI (het OCMW van de insecten) en dan naar de nieuwsdiensten van de nationale televisiezenders waar hij zijn beklag voor de camera mocht doen. Hij vroeg, met treurige ogen, waarom de mier het lekker warm mocht hebben, met voldoende voedsel, terwijl anderen zoals hij het koud hadden en in hongersnood leefden. Waar was de rechtvaardigheid? Zelfs in het OCMWI was niet iedereen bereid om insecten te helpen. De krekel wist wel dat de oude koning koekoek in zijn toespraken vroeger al had laten doorschemeren dat de mieren verdraagzamer moesten zijn en hoopte heimelijk ook op steun langs die kant.


Tijdens het nieuws werden enerzijds foto’s getoond van de bibberende krekel en anderzijds een video van de mier in zijn warm comfortabel huis met zijn tafel volgeladen met eten. Het verschil moest de kijkers duidelijk maken dat er dringend iets moest gedaan worden. Het nieuwsanker waarschuwde de kijkers voor de harde grafische beelden en voegde eraan toe dat ze de ergste beelden niet wilden tonen. Gevoelige mensen konden misschien best even niet kijken. Hij had tranen in zijn ogen en het medelijden weerklonk duidelijk in zijn stem. De kijkers waren diep geschokt door deze beelden en hadden medelijden. Hoe kon het zijn dat in een rijk land deze arme krekel zo moest lijden, vroegen ze zich af. Liefdadigheidsorganisaties begonnen onmiddellijk met het organiseren van inzamelingen van geld en goederen en riepen iedereen op om hun steentje bij te dragen.


Het Centrum van Gelijke Kansen en Racismebestrijding van de Insecten, het CGKRI, kwam erbij te pas en oordeelde zonder meer met luide stem: “Een duidelijke zaak van discriminatie en racisme. Dat moet grondig onderzocht worden!” Het waren twee van de zwaarste misdaden, erger nog dan doodslag of moord, want voor deze misdaden bestond geen vervroegde vrijlating. Levenslang betekende hier dan ook levenslang. Men sprak er zelfs van om hiervoor de doodstraf terug in te voeren. De directeur van het CGKRI, die men ook het opperinsect noemde, was dan ook een gevreesd insect die altijd overtuigd was van zijn groot gelijk en daardoor ook onverbiddelijk en streng optrad.


Om het onderzoek grondig en minutieus voor te bereiden werd door het opperinsect van het CGKRI een officiële Muggenzifter aangesteld. Niets mocht aan het toeval overgelaten worden. Het was noodzakelijk dat dit centrum regelmatig zijn reden van bestaan kon bewijzen om de nodige subsidies te blijven krijgen. Het CGKRI deinsde er dan ook niet voor terug om van tijd tot tijd enkele luizen uit te sturen om te spioneren. Dit was vooral een job voor de schaamluizen, want in tegenstelling tot wat hun naam zou doen vermoeden, hadden deze luizen helemaal geen schaamte. “Under cover” gaan was bij hen een aangeboren karaktertrek. Ze waren er dan ook zeer goed in, veel beter dan de hoofdluizen die meer blootgesteld waren aan vroegtijdige ontdekking.


Er werd verder onderzoek verricht naar wat er nog kon gevonden worden om de mier te kunnen vervolgen, zoals discriminatie op basis van geslacht, geloof, afkomst, kledij, politieke overtuiging enz. Je kon het niet zo gek bedenken of het was een reden tot vervolging van de mier. Alles werd uit de kast gehaald om de mier zo streng mogelijk te kunnen aanpakken. Hij moest een voorbeeld zijn voor alle andere mieren die het in hun hoofd zouden halen om voor zichzelf logisch te denken.


Het CGKRI besloot dat de mier te weinig vreemde bladluizen in dienst genomen had bij de bouw van zijn huis. Hij had de wettelijk opgelegde quota niet toegepast. Zijn argument, dat hij enkel luizen had aangenomen die de vereiste kwalificaties hadden, werd van tafel geveegd als in strijd met het verdrag van de rechten van insecten. Het land zat namelijk met een probleem. Door de invloed van de partij van de groene druifluizen waren de grenzen van het land opengezet. Duizenden arme luizen, kwamen van heinde en verre toegestroomd: bladluizen, hoofdluizen, schaamluizen, schildluizen, alle soorten luizen vanuit de hele wereld kwamen allemaal hulp vragen. De staatskas liep stilaan leeg om al die luizen te ondersteunen, dus moesten de hard werkende mieren maar verplicht hun steentje bijdragen.


De minister van justitie liet de wetgeving aanpassen om de mier zo grondig mogelijk te kunnen straffen en om krekels en luizen zoveel mogelijk rechten te geven, maar vooral ook om niet op de pootjes te worden getikt door het hof van de rechten van de insecten.


De minister van sociale zaken zorgde ondertussen voor de nodige opvang en bijstand van de krekel die blijkbaar ook een arme luis was, bovendien was hij groen van kleur en groene insecten hadden altijd een pootje voor. Er werd door de medewerkers in zijn Kabinet naarstig gezocht naar een degelijk onderkomen voorzien van alle modern comfort.


De minister van financiën liet extra belastingen heffen op het eigendom van de mier. Alles werd zo grondig uitgepluisd en onderzocht dat een nieuw ambt noodzakelijk was om alles te kunnen opvolgen: een officiële Mierenneuker werd aangesteld.


De vakbond schrapte onmiddellijk het lidmaatschap van de mier en weigerde om hem ooit nog steun te verlenen. Om te voorkomen dat de mier toch nog ergens steun zou vinden organiseerden ze betogingen en legden bijna het hele land stil.


Er werd naar een rechter gezocht die zonder boe of bah bevelen kon opvolgen. Het resultaat liet niet lang op zich wachten. In vergelijk met andere zaken werd deze zaak met een spoedtempo afgehandeld. De mier, die in voorarrest zat, kreeg in de eerste plaats een fikse boete. Zijn belastingen werden verhoogd met 21% die retroactief werden aangerekend. Daar de mier dit niet kon betalen werd beslag gelegd op zijn huis en zijn bezittingen. De mier werd uiteindelijk voor de Rechtbank geleid, maar door enkele procedurefouten van de Muggenzifter en de Mierenneuker kon de mier gelukkig vrijuit gaan. Maar zijn bezittingen kreeg hij niet terug. Hij stond op straat, en was nu armer dan de armste luizen. Hij verliet het land van zijn voorvaderen om zijn geluk in een onafhankelijk land te proberen.


De groene, rode, blauwe en oranje politieke partijen maakten, tijdens hun campagne, dankbaar gebruik van de situatie door openlijk hun steun te betuigen aan alle arme krekels en alle arme luizen die ze de hemel op aarde beloofden en verklaarden tevens dat zij ervoor zouden zorgen dat het hen in de toekomst aan niets zou ontbreken. Mieren die altijd harde werkers waren geweest en aan vele luizen van het land werk hadden bezorgd kregen de keuze: ze moesten zich maar aanpassen en veel belastingen betalen of vertrekken. Alle mieren die nog individueel en met gezond verstand konden nadenken pakten hun boeltje en verlieten het land.


De krekel kreeg onderdak van de staat in het prachtige huis dat ooit van de mier was geweest. Hij at al het voedsel op, amuseerde zich rot met andere arme luizen en liet ondertussen het huis verkommeren tot het onbewoonbaar werd. Inmiddels was hij verslaafd geraakt aan een gelegaliseerde substantie en op een dag werd hij onder een struik in een park dood teruggevonden. Doodsoorzaak was waarschijnlijk een afrekening onder struikrovers besloot de onderzoeksrechter. De arme krekel, die onder “invloed” was bevond zich zeker en vast onder de verkeerde struik op het verkeerde moment.


Een bende spinnen hadden ondertussen hun intrek genomen in het bouwvallige huis en terroriseerden de eens zo mooie en vreedzame buurt. Geen enkel insect durfde zich nog in de buurt te wagen want die was bezaaid met allerlei onzichtbare valstrikken. Geen enkel insect was er ooit levend uit terug gekomen. Zelfs de overheid gaf alle insecten de raad om er weg te blijven of er anders op eigen risico in te gaan. De ordediensten zelf hadden al genoeg verliezen geleden terwijl ze probeerden hulp te verlenen aan slachtoffers. De buurt werd als een “No go” zone geklasseerd.


De moraal van het verhaal: denk goed na voor wie je gaat stemmen in mei.

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...